In de educatieve wereld gaat het niet alleen om scoren

© Ada Nieuwendijk

Leerkrachten aan het woord over cultuureducatie

Amel Bouazizi is vakdocent beeldend op het Zuiderlicht College, waar ze voornamelijk lesgeeft aan vmbo-leerlingen.

Waar is je liefde voor kunst en cultuur ontstaan?

Op de een of andere manier was het vroeger al een soort van natuurlijke behoefte, een roeping. Als kind van acht was ik vaak creatief bezig in mijn eigen kamertje met complete installaties van papier en muurschilderingen. Op de middelbare school had ik in de brugklas een onwijs leuke tekendocent, meneer Van de Veen, en die heb je nodig, de bekende rolmodellen. De ‘bluetooth’ stond aan, er was een verbinding tussen hem en mij. Hij was streng, maar had wel een goede doelstelling voor mij als leerling. Ik ben zelfs een keer naar de leiding gestapt toen we een andere docent kregen. Ook mocht ik in plaats van gym meer tekenles volgen. Dat was eigenlijk al leren op maat. In die periode ontstond bij mij de gedachte dat ik ook wel kunstdocent wilde worden. Ik vond het gaaf dat je daar je beroep van kon maken. Waarom ben je docent geworden? Na een weg via de dans, textiel en confectie kwam ik terecht bij het volwassenenonderwijs. Het lesgeven bleek iets te zijn wat ik altijd al wilde. Vervolgens ben ik naar de Willem de Kooning Academie gegaan om mijn pedagogische graad te halen. Alles kwam toen bij elkaar. Ik vond het fijn om na de commerciële harde wereld, waar je wordt afgerekend op cijfers, in de educatieve wereld te komen waar het wat pedagogischer toegaat. Daarin gaat het niet alleen om scoren.

Wat zie je gebeuren als kinderen in aanraking komen met kunst en cultuur?

Ik vind het nog steeds prachtig als een leerling bij mij binnenkomt die niet eens een rechte lijn kan tekenen of knippen, dat dan na verloop van tijd wel kan. Dat vind ik winst. Het differentiëren vind ik ook interessant. De ene leerling heeft al veel onderwijs op creatief gebied gehad van vakdocenten op de basisschool. De andere leerling heeft dit onderwijs alleen door de eigen leerkracht maar een uurtje in de week gehad. Die verschillen vind ik heel leuk, je bent er dynamisch en afwisselend door bezig in je klas. Op een gegeven moment heb je alles op niveau, en dan kun je gaan bouwen. Dat doe ik dan door te benoemen wat je verwacht. Beeldende vorming is geen eenheidsworst, je krijgt leerlingen nooit echt helemaal gelijk, want je hebt ook leerlingen die het niet leuk vinden en het doen omdat het op het lesprogramma staat. Een andere manier om te bouwen is dat je leerlingen stap voor stap meeneemt. Neem een stilleven. Toen ik dat kunstgenre introduceerde bij vmbo 2 ging er een zucht door de klas. Een paar minuten video van Tussen Kunst en Kitsch konden ze al niet trekken. Dan kook ik van binnen, want hoe kan dat nou? Het is zo belangrijk! Dan probeer ik via lesbrieven vaardigheden aan te bieden: perspectief tekenen, de kubus, arceren, schaduwen. Dat vinden leerlingen dan lastig omdat het saai is, maar dan zeg ik dat ze dat wel moeten kunnen om een stilleven te maken. Ik beloof ze dan ook dat ze het leuk gaan vinden. Op het moment dat ze vaardiger worden kan ik ze loslaten, en dan zie ik ze denken: ‘ja, dit is te gek!’. Als een leerling weerstand biedt, dan gaan we terug naar de vorige stap: ‘kijk wat je daar hebt geleerd en pas het toe’.

Pedagogische waarde

Ik ben heel pedagogisch en didactisch in mijn lessen voor het vmbo. Ik leg de lat hoog, het is geen kleurplaat kleuren, never- nooit. Ik heb liever dat de K schots en scheef is, maar hij is dan wel van jou. Daardoor ervaren leerlingen mij misschien een beetje streng, maar geloof me: oefening baart kunst. Op de open dagen vertelde ik over de technieken die noodzakelijk zijn om zelfstandig je expressie vorm te geven. Maar ik zei ook dat beeldende vorming een vak is waarbij je jezelf leert kennen. Je begint aan iets en moet het afmaken. Voor heel veel leerlingen is dat een uitdaging. Aan het einde van het liedje gaat het heel erg over het creëren van succeservaringen.

Hoe vaker dat gebeurt, hoe toffer ze het gaan vinden. Dat is mijn taak. Als leerlingen het proberen, dan stel ik ze gerust en geef ik ze er sowieso een voldoende voor. Daarin ligt voor mij de pedagogische waarde en dat vind ik steeds leuker, omdat het zoveel betekenisvoller is. Je maakt verbinding met leerlingen door met ze te kletsen en door wrijvingen die je met ze hebt. Daardoor gaat het voor mij de diepte in en voel ik me steeds meer docent in plaats van kunstenaar.

Wat zijn je wensen voor de toekomst?

Ik zou graag zien dat het op het vmbo een examenvak wordt. Dat is mijn ambitie. Niet dat we ons niet erkend voelen, maar het zou leuk zijn voor leerlingen. Ze kunnen dan nadenken over de mogelijkheden, want in het mbo heb je genoeg doorstroomopties. Ook denk ik na over een soort ‘talentenuur’ buiten het curriculum, iets wat ik misschien volgend jaar ga opstarten om te kijken of het leeft op school. Het zou een moment zijn waarop het ‘hidden curriculum’, leren zonder vast programma, naar voren komt. In dat gebied leren kinderen veel en daar ben ik supernieuwsgierig naar. Het moet een vrijblijvend uur zijn waarin geïnteresseerde leerlingen of leerlingen die zich thuis vervelen, iets meekrijgen van kunst en cultuur en vaardiger worden.

Heb je tips voor andere docenten?

Wat we soms wel eens vergeten is dat we veel meer peer-to-peeractiviteiten moeten meenemen in het leerproces.

Ik merk aan mezelf, misschien omdat ik met een doelgroep werk waarvoor dat lastig is, dat peer-to-peer juist heel erg bij kunst hoort. Het is niet alleen leren borduren, het werk inleveren en een cijfer krijgen. Het gaat juist om wat jij er zelf van vindt, wat je buurvrouw ervan vindt, en dat leerlingen vervolgens elkaar gaan beoordelen. Verder zou ik het leuk vinden als er in het Amsterdamse kunst- en cultuuronderwijs meer wedstrijden en talentenjachten zijn voor kinderen. Die zijn vaak een begin voor een leerling om zich te presenteren.

De gemeente Amsterdam kan bijvoorbeeld onder scholen uitzetten dat zij een flyer nodig heeft. Als leerlingen die flyer maken, wordt die meer onderdeel van onze samenleving. Zo zien kinderen ook dat vormgeving en kunst onderdeel zijn van ons alledaagse zijn.

Mocca Magazine editie 01

Praktische tips voor kunst in de klas

OBA kinderdirecteur zit vol ideeën

Leerkrachten aan het woord over cultuureducatie

Ouders over cultuureducatie

Kunstenaar voor de klas 

Vier jaar Basispakket

KinderCultuurMonitor resultaten

Wat doet Mocca?