Blog – so-meetup: extra vouchergeld voor speciaal onderwijs – wat nu?

Extra Vouchergeld, motie Willie Snijder (Drostenburg) en Nenita la Rose (PvdA)

Waar een Willie is, is een weg. De Drostenburg ICC’er loopt voorop als het gaat om inclusief cultuuronderwijs voor het speciaal onderwijs. En daar is meer geld voor nodig, zo vertelt ze tijdens de meetup speciaal onderwijs en het culturele veld die Mocca op 13 maart organiseert in Foam. De ongeveer dertig deelnemers kunnen niet anders dan het met haar eens zijn want de rekensom is simpel. Speciaal onderwijsklassen zijn veel kleiner met zo’n zes tot vijftien leerlingen per klas. En of je 6x Vouchergeld of 30x Vouchergeld hebt is een groot verschil op een groep.  “En” zegt Willie, “de leerlingen nemen minder snel dingen op. Je hebt 1,5 zoveel tijd nodig voor hetzelfde programma en veel meer voorbereiding.”

De pilot speciaal onderwijs die Drostenburg deed met Mocca bood tijdelijk kansen. Voor het eerst konden groepen uit het speciaal onderwijs met alle leerlingen in één de bus naar een culturele instelling. Dat klinkt misschien makkelijk, maar dat is het niet als er bijvoorbeeld een verpleger mee moet om medicijnen toe te dienen, of een rolstoel niet in de bus kan. “Het was fantastisch, de kinderen hebben het er nog over, maar toen de pilot afgerond was dacht ik, ja maar nu is er weer geen geld.” En dus belde Willie met Peggy Brandon van Mocca.

Peggy: “Mocca nodigt regelmatig gemeenteraadsleden uit. We hadden een afspraak met Nenita la Rose, gemeenteraadslid van de PvdA en daar hebben we Willie vervolgens ingevoegd.” Met de begroting van de pilot als voorbeeld en na een bezoek aan Drostenburg, vroeg Willie aan Nenita of ze een motie voor meer Vouchergeld in wilde dienen. Nenita, die inclusie belangrijk vindt, diende hierop samen met zeven andere fracties een motie in voor drie keer zoveel Vouchergeld voor alle speciaal onderwijs besturen en scholen.

Willie: “De motie is in april algemeen aangenomen. Er komt extra Vouchergeld beschikbaar”. Willie eindigt met de mededeling dat de gelden ruim inzetbaar zijn omdat onder het speciaal onderwijs veel verschillende kinderen en groepen vallen en een zwaar meervoudig gehandicapt kind heel andere behoeften heeft dan een blind kind of een kind met ernstige gedragsproblemen. Een enthousiaste groep deelnemers geeft Willie hierop een daverend en welverdiend applaus.

ONDERZOEK SPECIAAL VERBEELD EN SLO LEERGEMEENSCHAP
Marian van Miert van het LKCA, is projectleider van de so-leergemeenschap Speciaal Verbeeld. Ze vertelt over het onderzoeksproject Speciaal Verbeeld met de leervraag: hoe kan kunsteducatie de ontwikkeling van de verbeeldende vermogens (creativiteit) van leerlingen met speciale leerbehoeften stimuleren?

Marian toont kunstwerken van kinderen die in het autistische spectrum vallen en stelt de vraag: “Wat valt je op als je naar deze werken kijkt? De antwoorden: ordening, structuren en patronen. “En wat zie je niet? Fantasie en verbeelding antwoorden de deelnemers. Vanuit de gedachte dat deze leerlingen bij het maken van hun kunst meer vertrekken vanuit waarneming en minder vanuit de verbeelding, voeren Theisje van Dorsten en Zoë Zernitz een onderzoek uit op twee scholen waar ze ieder vier leerlingen volgen. De school in Apeldoorn krijgt wekelijks beeldende les, de school in Almere drama. Zoë en Thijsje filmen de lessen en doen interviews met de kunstvakdocenten, leerlingen en ouders.

Een vraag van een van de aanwezigen: “Onderzoeken jullie dan alleen kinderen met autisme want daar is de hypothese op gestoeld?” “Nee”, antwoord Marian, “ook verstandelijk gehandicapte kinderen. Het is een verkennend onderzoek en we waren benieuwd of de hypothese ook voor andere kinderen gold.”

“We willen een artikel schrijven over de bevindingen maar dit ook omzetten naar een aantal praktische producten zoals een module voor de cursus van Tamino en Plein C. Maar we denken dat er ook heel veel kennis naar voren komt die voor het speciaal onderwijs van belang is.” Marian sluit af met een hartelijke uitnodiging aan de aanwezigen om aanwezig te zijn bij de SLO- leergemeenschap bijeenkomsten.

Nog een laatste vraag van een aanwezige: “Vier leerlingen op twee scholen is geen afspiegeling van de diverse populatie van het speciaal onderwijs. Acht leerlingen representeren dan iedereen. Hoe zijn die gekozen?”

Marian: “Die zijn door de leerkracht geselecteerd. Die acht leerlingen geven, doordat ze allemaal uniek zijn, inderdaad geen wetmatigheid.”

EDUCATIEPROGRAMMA’S VOOR HET SPECIAAL ONDERWIJS BIJ FOAM
Madieke Hupperets van Foam geeft een korte presentatie over de mogelijkheden voor het speciaal onderwijs bij Foam. Ze gaat in op de flexibele tentoonstellingen zonder vaste collectie waardoor ze met een vaste methodiek en beeldbegrippen werken die ze goed aan kunnen passen aan het speciaal onderwijs. Dat er geen lift is maakt bezoek aan het Foam lastig  voor lichamelijk gehandicapte kinderen in het speciaal onderwijs maar de docenten komen ook naar de school waarbij ze de werken levensgroot meenemen.

In het gesprek met de aanwezige docenten komen een aantal praktische zaken aan bod waar het speciaal onderwijs tegen aan loopt:

  • Digitale aanmeldingsformulieren werken niet voor het speciaal onderwijs. We hebben echt één op één communicatie nodig om alle bijzonderheden door te nemen. Door de digitalisering valt dat contact vaak weg.
  • Soms heeft een speciaal onderwijsprogramma een kinderachtige toon. Maar er zitten niet alleen verstandelijk beperkte kinderen op het speciaal onderwijs, maar ook kinderen met een normaal of hoog verstandelijk vermogen die alleen fysiek beperkt zijn.
  • Programma’s kunnen soms niet of niet voldoende aangepast worden en sluiten inhoudelijk niet altijd aan bij de doelgroep.
  • Programma’s zijn soms te duur, we hebben voor een bezoek aan een instelling ook een bezoek aan school nodig van een docent om het bezoek voor te bereiden.
  • Docenten zijn niet altijd getraind in de omgang met speciaal onderwijs kinderen.

Elze van der Steen van Foam geeft aan dat programma’s in overleg gemaakt worden. Ze spoort de aanwezigen aan hun specifieke kennis te delen zodat er een zo goed mogelijk programma met de juiste docent aangeboden kan worden, eventueel met een co-docent. Foam heeft een subsidieaanvraag gedaan waardoor dit mogelijk is tegen hele lage kosten.

Ook andere aanwezige aanbieders zoals het Rijksmuseum geven aan steeds flexibeler te worden en hopen dat de speciaal onderwijs scholen hen op de hoogte brengen van wat ze nodig hebben. Voed Mocca met praktische zaken is het devies. De gids ‘Cultuureducatie in het speciaal onderwijs’ van Mocca wordt aangehaald. Peggy Brandon geeft aan dat ze deze graag opnieuw uitbrengt en vraagt wie van de aanwezigen wil helpen met het aanvullen van up-to-date informatie. Drie handen gaan de lucht in. Wil je ook bijdragen aan de inhoud van de Speciaal Onderwijs Gids? Stuur je input naar communicatie@mocca-amsterdam.nl.

WORLDCAFE
In het Worldcafe gaan de aanwezigen uit onderwijs en cultuur samen in gesprek over wat het speciaal onderwijs nodig heeft aan de hand van vier vragen.

Wat heeft jouw school of instelling nog meer nodig om kunsteducatie naar een hoger plan te trekken?

Leerkrachten vinden dat de culturele vakken te weinig gewaardeerd worden. Er is er behoefte aan:

  • Dezelfde waardering voor de culturele vakken als voor overige vakken zoals taal, rekenen, aardrijkskunde, geschiedenis etc., zowel vanuit de politiek als vanuit het schoolbestuur en de directie. Wanneer vakken als muziek, beeldend, theater en dans gelijk gewaardeerd worden dan zullen tijd en uren worden vrijgemaakt voor het geven van de lessen en de uren voor de ICC’er.
  • Cultuureducatie moet worden meegenomen in het beleidsplan.
  • Meer draagvlak.
  • Werken met vakdocenten (kennis en kunde) en/of onderwijsassistenten (extra handen).

Wat er verder nog werd besproken:

  • Cultuureducatie in de school heeft baat bij een enthousiaste ICC-er.
  • Inclusief onderwijs. Inclusiviteit niet als doel maar als werkwijze.
  • Goede afstemming tussen het lesprogramma van de school en de aanbieder
  • Vakoverstijgend werken.
  • Werken met een ‘blokkendag’, creatieve lessen in een dag (of meer) in blokken aanbieden.

Vanuit de culturele partners:

  • Meer aandacht/tijd voor de overdracht/afstemming voorafgaand aan de lessen door de aanbieder.
  • Het binnenhalen van experts met kennis van de specifieke groepen.



Heb je een tip of een vraag?
Het ging bij deze vraagstelling vooral over uitwisselen tussen de instellingen/kunstenaars en de scholen. Waar loop je tegenaan als school? De scholen waren vooral aan het woord en de instellingen/kunstenaars luisterde gretig. De scholen wilden vooral veel tips geven aan het culturele veld.

Vragen:

  • Waar kan ik Vouchergeld aan uitgeven?

Een van de aanwezigen wist niet dat dit geld niet aan materiaal kan worden uitgeven. Ook wist niet iedereen dat je vouchers voor wel vervoer kunt gebruiken.

  • Hoe kom ik aan de prestatieboxgelden?

Tijdens deze discussie werd duidelijk dat meerdere deelnemers van scholen en instellingen niet precies weten hoe deze geldstroom loopt of dat ieder schoolbestuur het via de lumpsum ontvangt.

  • Het vso valt onder de wet po, maar waarom is er dan niet voor alle leerlingen voucherbudget (i.p.v. alleen klas 1 & 2)? Wij kunnen namelijk ook niet deelnemen aan de ckv-gelden omdat wij geen VO zijn.
  • Kunnen er voor de Cultuurbus/boot ook aangepaste regels komen voor het (v)so? Net zoals waarschijnlijk gaat gebeuren bij Voucherbeheer? Bijvoorbeeld een school krijgt twee busritten per jaar, maar heeft weinig leerlingen die ook nog in verschillende groepen zitten. In dat geval kan niet elke groep jaarlijks met de Cultuurbus naar een culturele instelling. (noot Mocca: er zijn beperkt extra ritten beschikbaar op aanvraag)
  • Hebben alle scholen een leerlijn voor een cultuurdiscipline?

De IDFA is benieuwd of scholen echt allemaal minimaal twee leerlijnen hebben zoals afgesproken in het Basispakket Kunst- en Cultuureducatie. De aanwezigen scholen bevestigen dat dit zo is.

Tips:

  • Werk met een vaste aanbieder/instelling/kunstenaar (op maat).
  • Gebruik voor het so vooral de zintuigen. Voor ZMLK en meervoudig gehandicapten is ervaren Maar maak het niet te kinderachtig.
  • Voor musea: maak een prikkelarme ruimte in het museum waar de school/leerlingen zich kunnen terugtrekken. En geef bij binnenkomst duidelijke informatie van tevoren. Wat kunnen ze verwachten, wat gaat er komen?
  • Voor het vso is het aanbod soms te kinderlijk. Het mag wel wat stoerder. Het aanbod voor po sluit wel aan bij het vso qua niveau, maar niet qua interesse. Het zijn wel pubers. (Voorbeeld: een instelling gebruikte voorbeeldfoto’s van kleine kinderen terwijl de groep uit pubers bestond.)
  • Zorg voor het (v)so voor een vast contactpersoon voor de communicatie. Een school heeft vijf verschillende contactpersonen aan de telefoon gehad bij een grote instelling. Dan moet je elke keer alles opnieuw uitleggen en regelen. Niet handig en het kost beide organisaties veel tijd. Met een vaste contactpersoon voor so kan je sneller stappen maken en dingen regelen.
  • Het mag minder truttig. Buiten de lijntjes kleuren, meer Lef!
  • Voor scholen: maak een leerlijn en werk met vaste aanbieders.
  • Maak een sandwich: inleiding / bezoek / workshop , met dezelfde docent.
  • Kwestie: voor het so is afstemming nodig, dat kan niet als je je alleen digitaal kan aanmelden.



Er is nu geld voor een basisaanbod. (Dat is aanbod zoals een reguliere school het met het huidige budget kan realiseren) Wat is jouw basisaanbod?

Als mijn school kan beschikken over driemaal het huidige voucherbudget dan organiseren we minimaal en als ‘ basis’ van ons cultuureducatieprogramma:

  • Meer bezoeken aan een Amsterdamse kunstinstelling.
  • Kunstprofessionals binnen de school, kunstenaars in de klas bijvoorbeeld of een echte voorstelling in ons theater.
  • Groepdoorbrekende, groepoverstijgende, vakgeïntegreerde activiteiten en projecten.
  • Dan kunnen we meer structuur bieden, in leerlijnen die echt wat betekenen omdat we die beter kunnen gaan ‘ vullen’ met activiteiten waar nu geen geld voor is.
  • Dan gaan we met meer disciplines aan de slag zoals dans of nieuwe media. Die komen nu bijna niet aan bod.
  • Dan kunnen we de horizon van onze leerlingen verbreden door er veel meer op uit te gaan.
  • Dan kunnen we activiteiten en projecten veel beter voorbereiden en evalueren, samen met de kunstenaar of instelling.
  • Dan kunnen we aan een relatie en vaste samenwerking met kunstenaars en instellingen werken omdat die regelmatiger op school komen.
  • Bezoeken aan instellingen buiten de stadgrens.

Wat voor knelpunten levert drie keer meer geld op?

  • Het zou geweldig zijn als het zou lukken. We gunnen de kinderen zo veel meer.
  • Eigenlijk begin je weer helemaal van voren af aan
  • Je moet een plan maken voor het geld.
  • Je moet je team mee krijgen.
  • Draagvlak is heel erg belangrijk als je activiteiten wilt uitbreiden.
  • Je moet op zoek naar goeie aanbieders.
  • Er zijn weinig vakdocenten beschikbaar om kunstles vast in de school te geven.
  • Er zijn niet veel kunstenaars en culturele instellingen die verstand hebben van het speciaal onderwijs.
  • De logistiek is een probleem, we hebben meer begeleiding nodig meer ouders meer zorgpersoneel.
  • We zouden er meer tijd voor moeten vrijmaken.
  • Het hele lesrooster moet opnieuw worden bekeken.
  • We zouden meer ondersteuning van mocca nodig hebben om een goed samenhangend plan te maken maar ook om de culturele instellingen te adviseren en misschien samen met ons te trainen.

Vraag

  • Mag het geld naar vervoer? Dat is een grote kostenpost.


DEEL JOUW KENNIS IN DE NIEUWE SPECIAAL ONDERWIJSGIDS

Tijdens de meetup gaven de deelnemers aan de Speciaal Onderwijsgids met voor cultuureducatie in het speciaal onderwijs van Mocca te missen. De gids is toe aan een update. Daarom vragen we jullie als experts, jullie kennis met ons te delen voor in de nieuwe gids. Bekijk hier de oude gids en geef je input door via communicatie@mocca-amsterdam.nl